Home > Nieuws > Cinéma

Cinéma

Cinéma

De geschiedenis van de film begint op 28 december 1895 in het Grand Café aan de Boulevard des Capucines in Parijs. Daar vertonen de gebroeders Auguste [*1862-†1954] en Louis [*1864-†1948] Lumière voor het eerst bewegende beelden aan het publiek. De 23 genodigden krijgen een tiental filmpjes te zien van elk ongeveer één minuut. Daaronder bevindt zich ook een opname van medewerkers die uit de Lumière-fabriek in Lyon wandelen en een filmpje van een trein die het station van La Ciotat binnenrijdt. De gebroeders Lumière noemen hun uitvinding Cinématographe en maken daarna meer filmpjes die werden vertoond in cabarets en muziekzalen. De industrieel Léon Gaumont bestelt 200 ‘cinematographes’, maar de gebroeders Lumière weigeren die te leveren uit angst voor concurrentie. Gaumont richt daarop een bedrijf op met Gustave Eiffel om zelf de apparaten te ontwikkelen. Zij komen met de bioscope, een soort toverlantaarn voor bewegend beeld. In 1896 begint Gaumont – ook nu nog steeds een bioscoopconcern en filmproductiemaatschappij – zelf films te produceren. Veel intellectuelen waren bang voor de nieuwe uitvinding. Met de cinéma “zullen er geen boeken meer zijn,” vreesde de Mexicaanse schrijver Amado Nervo in 1898. Vanaf 1907, als Charles Pathé besluit zijn films niet meer te verkopen, maar te verhuren, worden er speciale zalen geopend om films te vertonen. De eerste, Cinema Palace, ziet het licht op 42, Boulevard Bonne-nouvelle (nu nog steeds een bioscoop). Zes jaar later zijn er al 180 zalen in Parijs alleen; op het hoogtepunt, in 1954, telt Parijs 354 zalen. Het geboorteland van de cinéma is ook nu nog een belangrijk filmland: jaarlijks worden meer dan 200 Franse films uitgebracht en trekken de bioscopen 190 miljoen bezoekers.