Home > Nieuws > De geschiedenis van de “boulangerie”

De geschiedenis van de “boulangerie”

Boulangerie

Boulangerie

Boulangerie

[v., ‘BAKKERIJ’; VAN boule, ‘bol brood’, OUD-NED. bolle]

Nederlanders zijn aardappeleters, Fransen eten brood. Zo simpel steekt de wereld in elkaar en dus gaan de Fransen er prat op het beste brood ter wereld te maken. Geen wonder dat de boulanger een centrale rol vervult in het dagelijkse leven. Tot in de 19e eeuw was brood het belangrijkste voedsel van het volk en doordat er regelmatig oogsten mislukten, was er ook vaak hongersnood die soms duizenden slachtoffers maakte. “Geef ons heden ons dagelijks brood,” is in die tijd niet alleen een gebed, maar een zaak van levensbelang. Het tekort aan brood is uiteindelijk een van de aanleidingen voor de Revolutie. Om rellen te voorkomen, verkopen bakkers hun waar voornamelijk uit een gat in de muur met spijlen voor het raam. Pas vanaf 1850, als de Oostenrijkse baron Zang zijn waar op een aantrekkelijke manier presenteert, kopiëren andere bakkers hem en beginnen hun winkels te versieren met ornamenten, wandschilderingen en mooie etalages. Sommige van die rijke decoraties zijn nog steeds te bewonderen.

De broodconsumptie is nog maar een fractie van die aan het begin van de 20e eeuw. Toen at men nog 900 gram brood, tegenwoordig is dat nog geen 150 gram per dag. In 1987 wordt na dertien eeuwen de vaste broodprijs afgeschaft, waardoor bakkers genoodzaakt zijn meer met elkaar te gaan concurreren. Sinds begin jaren negentig  is er weer veel vraag naar ambachtelijk brood. Poilâne ging al voor in die trend maar er zijn veel designerbakkers, zoals Hermé, Kayser en Paul die ook in andere landen vestigingen openen. In zorgvuldig ontworpen interieurs kan de klant recht in de ovens kijken. Zeven dagen per week. Immers, alleen in onbeschaafde landen is de bakker op zondag dicht.

Brood en spelen

Er zijn veel Franse woorden uitdrukkingen die op de een of andere manier iets met brood te maken hebben. De meest gegeten broodsoort was lange tijd de boulot, een bol brood. Een boulanger is dus degene die boules maakt. In de 18e en 19e eeuw ging driekwart van het inkomen van het volk op aan brood. Brood was zo belangrijk dat het woord boulot synoniem werd voor een baan. “Zijn brood winnen”. Het woord copain (vriend) is wellicht nog sprekender. Dat komt van cum panis (lat.), ‘met brood’, oftewel: degene met wie men brood deelt, wordt een vriend.